Nieuwe wet verlofsparen heeft grote organisatorische gevolgen

Op 14 december jl. is de Eerste Kamer akkoord gegaan met het wetsvoorstel inzake verlofsparen. Dit betekent dat medewerkers met ingang dit jaar, tot een maximum van 10% van het brutoloon kunnen sparen om loopbaanonderbreking te financieren. Invoering van de verlofspaarregeling heeft grote gevolgen voor de financiële positie en personeelsbezetting van organisaties.

In dit kader is onderzoek gedaan naar de wijze waarop organisaties kunnen anticiperen op de nieuwe verlofspaarregeling, om de huidige kwaliteit van dienstverlening te waarborgen en de personele organisatie niet te ontwrichten. Het onderzoek is onder andere verricht onder 1930 medewerkers in de gezondheidszorg, een sector waar de krapte op de arbeidsmarkt nijpend is en de invoering van deze regeling grootse gevolgen kan hebben.

Uit het onderzoek blijkt onder meer dat tenminste 34% van de medewerkers zeker wil deelnemen aan de spaarregeling wanneer deze wordt ingevoerd conform de nieuwe wet. Wanneer de werkgever 75% bijdraagt in de kosten geeft 79% aan gebruik te maken van de regeling. Medewerkers geven verlofsparen ten opzichte van andere arbeidsvoorwaarden, zoals kinderopvang en PC-projecten een zeer hoge waardering. Van de ondervraagde medewerkers noemt 83% het voorkomen van burn-out een te verwachten voordeel van verlofsparen. Als werknemers het voor het zeggen zouden hebben zouden zijn gemiddeld 12,5% meer vrije tijd hebben. Zij wensen eenmaal per 4 jaar een verlofperiode van 6 maanden.

Invoering van de verlofregeling biedt ook voor de werkgever goede mogelijkheden, mits voldoende aandacht wordt besteed aan de vervanging van personeel. De belangrijkste instrumenten voor de werkgever om sturing te geven aan de deelname blijken te zijn: het al dan niet financieel bijdragen in de kosten van verlofsparen, het stellen van grenzen ten aanzien van de duur en frequentie, het al dan niet geven van een functie- of baangarantie bij terugkomst, het stellen van beperkingen ten aanzien van de overwegingen van verlofsparen bijvoorbeeld uitsluitend in het kader van studie). Een belangrijk aandachtspunt is de aanmeldingsprocedure. Het blijkt van belang om zo vroeg mogelijk op de hoogte te worden gesteld van het feit dat een medewerker aan verlofsparen wil deelnemen. Naarmate deze periode langer is, is het eenvoudiger om voor vervanging zorg te dragen.

Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de Masterleergang Strategisch HRM, door M.Losekoot (algemeen directeur AIGIS Benefits & Arbeidszaken en voorzitter van Stichting Loopbaanonderbreking) en Y. van Beek (hoofd P&O bij Technip International), onder begeleiding van prof. dr. J.T. Allegro, (oud-) hoogleraar sociale en bedrijfspsychologie van de Universiteit van Leiden.